Mooi

'Mooi Boek! Lezenswaardig! Vlot geschreven. Ontzettend herkenbaar voor oudere lezers.'

Omroep Brabant

Lees meer

Uit mijn werkkamer (3)

Betzy was een avontuurlijke vrouw met een voorkeur voor extreme omstandigheden. In weer en wind sjouwde ze met haar schildersspullen door barre streken en als ze niet op de Lofoten of de Noordkaap rondhing, stond ze wel op Vlieland in een vliegende storm.

Op foto’s is ze gekleed naar haar tijd: lange, hooggesloten japonnen, ingesnoerde taille en op de vroegste foto zelfs een bescheiden queue de Paris. Er zijn ook foto’s waarop ze een zuidwester draagt en een lange oliejas maar daaronder uit piept een strokenrok tot op haar schoenen.

Om geloofwaardig over haar avonturen te schrijven, verdiep ik me in de mode van toen. Hoeveel variatie was daarin, hoeveel bewegingsvrijheid had je in zo’n nauwe japon? Op You Tube is daar veel over te vinden (bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=RXkmtAbrDLU ). Hedendaagse coupeuses maken de kleding na en laten zien hoe vrouwen zich toen kleedden voor een bal, een wandeling of een bijeenkomst van suffragettes. De filmpjes tonen het stap voor stap, als een omgekeerde striptease. Hemdjes, korset, onderblouse, overblouse,  onderrok, bovenrok, hesje, jasje en dan heb ik het nog niet over hoepels of kussentjes om het achteraanzicht wat allure te geven. In sommige filmpjes dragen vrouwen wel vijftien kledingstukken tegelijk.  

Ik krijg nog meer respect voor Betzy dan ik al had. Al die kleren waren niet alleen onhandig op een touwladder (als je bijvoorbeeld van een postboot in een roeiboot stapte) maar ook loodzwaar als ze nat werden. Toch werd ook toen al rekening gehouden met bewegingsvrijheid want in een geschiedenis van het korset (waar je je als schrijver niet allemaal in verdiept) lees ik dat er extra soepele korsetten bestonden, speciaal voor dienstmeisjes. Dames hadden daar blijkbaar geen behoefte aan.  

 

Uit mijn werkkamer (2)

Ondanks de ellendige Coronaberichten heb ik me vandaag vermaakt met een boek over de reizen van de Duitse keizer Wilhelm II. Betzy heeft deze keizer ontmoet en werk voor hem gemaakt, zo wil het verhaal.

Waarschijnlijk kwam ze hem tegen bij het walvisstation op Skorøya, een eilandje in het hoge noorden. Tot ver in de twintigste eeuw doodde men daar walvissen voor het vlees, de traan en de ribben. Betzy was daarbij, net als de keizer. 

Om dat te beschrijven, lees ik een ooggetuigenverslag van de jacht, geschreven door de secretaris van de keizer. Betzy wordt niet vermeld maar verder krijg ik alles wat ik wil weten op een presenteerblaadje aangeboden. De details van de schepen, van het harpoen, van de kleuren van de zee, van het binnenhalen van de buit, en van de mensen die het werk deden. Zelfs de lange, zwarte baard van de bedrijfsvoerder wordt genoemd, net als de flaporen van zijn zoon.

Mijn dag kan niet meer stuk want hiermee kan ik de achtergrond ‘schilderen’ die ik nodig heb. Elk verhaal heeft couleur locale nodig en details die het leven erin blazen.