APPELTAART

Ik betrap mezelf erop dat ik ook in de zaal zou willen zitten om daarachter te komen maar zo werkt het niet. Ik moet hier zelf het verlossende woord spreken.

Om te beginnen, ontneem ik het publiek een illusie. Droge feiten zijn voor een verhaal wat appels zijn voor een appeltaart. Je hebt ze nodig maar voor een verhaal, laat staan een bruisend verhaal, heb je meer nodig. Wat? Dat leg ik uit aan de hand van een tienstappenplan.

Over dat plan heb ik lang gepiekerd. Want hoewel ik ervaring heb met schrijven én met stamboomonderzoek en ook nog weet heb van schrijftheorie, wist ik niet hoe ik die kennis en ervaring in een workshop van twee uur moest gieten. Pas toen ik ergens las hoe de Guardian regelmatig aan schrijvers om hun tien schrijfregels vraagt, kreeg ik een idee. Dat ging ik ook doen. Tien regels (stappen) voor het schrijven van een familieverhaal.

Toen dit me inviel, was ik onmiddellijk opgelucht. Een vorm voor een verhaal geeft houvast. Voor een schrijver maar ook voor een toehoorder of een lezer.

Vind een vorm nam ik dan ook op in mijn stappenplan. Want een vorm valt ook te vinden (hè, mooie alliteratie vloeit hier uit mijn vingers) in een familieverhaal of een autobiografie. In de literatuur zijn talloze voorbeelden.

Een ordening in tijdperken (De eeuw van mijn vader van Geert Mak) of een indeling naar vertelperspectief (Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer), in thema’s (Het roer kan nog zesmaal om van Maarten ’t Hart), in de vorm van een zoektocht (Het Pauperparadijs van Suzanne Jansen) of in mozaïekvorm. Bij dat laatste schrijf je eerst de ‘steentjes’ en leg je ze later in een (chronologisch?) patroon. (Wat ik nog weet van Annie M.G.Schmidt).

Ik nam nog negen andere stappen op en besteedde veel aandacht aan de stap: Sta stil bij de dingen.

Veel beginnende schrijvers vliegen over de dingen heen. Ze schetsen met overkoepelende termen (bv prachtig, geweldig, ongezellig ) een situatie en haasten zich dan naar de volgende scène.

In de workshop druk ik mijn toehoorders op het hart om dat niet te doen en zeg: ‘Sta stil en zoom als een camera in op de belangrijke details.’

Na de pauze geef ik wat schrijfoefeningen en of het door mijn lezing komt of door het talent van de dames en heren, weet ik niet, maar de resultaten wemelen van de details. Kolenkitten, doorgeefluiken, naar appels ruikende zolders, weckpotten, kriebelende kousen. Ze roepen allemaal herkenbare beelden op. De zaal lacht en overal zie ik knikkende hoofden.

Schrijven en dan gehoord worden. Daar gaat het om. Kortom: een mooie avond.