DE WERKER EN DE BAAS

 

Hier en daar staan computers waarin klanten kunnen zoeken. Dat doe ik en tot twee keer toe spreekt het winkelpersoneel mij aan. Kan ik vinden wat ik zoek?...

Kunnen ze misschien helpen? Kom daar eens om in een Nederlandse boekwinkel!

Overigens tref je deze service vaker aan in Amerika. Zelfs als je in de supermarkt wat verwezen om je heen kijkt, schiet er iemand toe.

Maar nu de boekwinkel. Ik ga naar de schrijfafdeling. Een hele wand vol boeken!

Grammatica, woordenboeken maar ook twee manshoge kasten Writing for publication.

Geen wonder. Amerika is een groot taalgebied en schrijfonderwijs is er heel gewoon. Al op de middelbare school kun je Creative Writing volgen en op menig College is het een gerespecteerde afstudeerrichting.

Mijn blik gaat langs de titels. How to become a famous writer before you’re dead. The first five pages. No plot? No problem! 179 ways to save a novel. The weekendnovelist. Voor elk schrijfprobleem is blijkbaar een oplossing.

Ik kies twee boeken. The writing life van Annie Dillard en On writing well van William Zinnsser. Dat laatste is een tip van een collega. Het zou de bijbel van schrijvend Amerika zijn. More Than One Million Copies Sold staat er wervend op omslag. Dertigste druk. O, schreef ik maar in ’t engels. Wat een mogelijkheden, wat een verkoopcijfers. Hoewel? De concurrentie is natuurlijk ook groot, misschien wel groter dan in Nederland.

Tijdens de rest van onze vakantie blader ik af en toe in de twee boeken, maar pas als ik weer thuis ben, neem ik ze echt ter hand.

Annie Dillard maakt in haar boek onderscheid tussen de worker en de boss. De boss is degene die het verhaallijn uitzet, karakters ontwerpt en het boek in zijn verbeelding al helemaal voor zich ziet. De worker (‘your one and only, your prized, coddled and driven worker’) is degene die het werk verzet, degene die de duizenden geplande zinnen op papier moet zien te krijgen.

Dillard adviseert de boss om de tegenzin of de werkschuwheid van de worker zeer serieus te nemen. De worker ‘weet’ het als iets een hopeloze zaak is of als zijn werk geen zin heeft of zelfs gevaarlijk is. Net zoals een bouwvakker weet dat hij zich niet in een krakkemikkig huis moet wagen, hoezeer zijn baas er ook op aandringt.

Luister naar je worker, zegt Dillard. Zoek uit waarom hij vastzit of werkschuw is. Vaak betekent het een fundamentele fout in je boek en kun je beter opnieuw beginnen. ‘Daarom,’ gaat ze fijntjes verder, ‘adviseren veel ervaren schrijvers aan jonge mensen om een nuttig vak te leren.’

Wat het boek van Zinsser betreft: mijn worker heeft er geen zin in. Ik spoor hem nog een tijdje aan, maar hij vertikt het. Als ik mijn woorden tel, snap ik waarom. Ik heb de toegestane hoeveelheid voor deze column al overschreden. Mijn worker had het in de gaten, de boss nog niet.